Startersleningen maken woningen betaalbaar, maar woningsplitsing maakt ze beschikbaar

Bron: NOS

Het aantal startersleningen groeit. Dat is een logisch gevolg van stijgende woningprijzen en van gemeenten die extra financiering inzetten om starters toch mee te laten doen op de koopmarkt.

Maar hoe nuttig startersleningen ook zijn, ze lossen een ander probleem op dan woningsplitsing.

Twee verschillende knoppen

Een starterslening helpt om bestaand aanbod betaalbaar te maken voor een specifieke koper. Het is in feite een financieel instrument dat het gat overbrugt tussen wat iemand maximaal kan lenen en wat een woning kost.

Woningsplitsing doet iets anders. Daarmee wordt geen bestaand aanbod financierbaar gemaakt, maar ontstaat nieuw passend aanbod binnen de bestaande voorraad. Eén woning kan dan ruimte bieden aan meerdere huishoudens, waardoor er daadwerkelijk extra woonruimte beschikbaar komt.

Betaalbaar is niet hetzelfde als beschikbaar

Dat onderscheid is belangrijk. Als de overheid alleen inzet op financiering, wordt de toegang tot bestaande woningen voor sommige kopers iets makkelijker. Maar het aantal geschikte woningen groeit daar niet automatisch door.

Juist in een markt waarin veel huishoudens kleiner zijn geworden en de bestaande voorraad daar niet goed op aansluit, blijft het probleem van beschikbaarheid bestaan. Startersleningen kunnen dat tijdelijk verzachten, maar lossen de onderliggende mismatch niet op.

Waarom dit relevant is voor het woondebat

In discussies over starters wordt vaak gesproken over leenruimte, rente en koopkracht. Dat zijn relevante factoren, maar ze gaan vooral over de vraag wie een woning kan betalen. Woningsplitsing verschuift het debat naar een andere vraag: hoe zorgen we dat er meer woningen komen die passen bij de huishoudens van nu?

Daarmee raakt woningsplitsing aan een fundamenteler vraagstuk dan alleen financiering. Het gaat over het beter benutten van de bestaande woningvoorraad en het creëren van extra woonruimte zonder te wachten op jarenlange nieuwbouwtrajecten.

Dit artikel is gebaseerd op informatie van NOS .

Gerelateerde artikelen