Van 15 naar 53 m² per persoon: waarom woningsplitsing geen achteruitgang is

Bron: Stadsfilosofie.nl

Aan het begin van de twintigste eeuw leefden Nederlandse gezinnen dicht op elkaar. Zes personen in één kleine woning was geen uitzondering. Privacy was schaars, ruimte nog schaarser.

De cijfers

In de naoorlogse periode groeide het gemiddeld woonoppervlak per persoon spectaculair:

  • 1950: 15 m² per persoon, gemiddeld gezin van 4,3 personen
  • 2017: 53 m² per persoon, gemiddeld huishouden van 2,2 personen

Dat is een verdrievoudiging van de ruimte per persoon, terwijl huishoudens halveerden in omvang.

Welvaart of verspilling?

Die groei was begrijpelijk. Na de oorlog was de roep om lucht en licht groot. Ruimte werd het tastbare bewijs van vooruitgang en welvaart.

Maar ergens sloegen we door. Een alleenstaande in een rijtjeshuis van 120 m² is geen uitzondering meer. Senioren blijven in gezinswoningen wonen, terwijl starters geen betaalbare woning kunnen vinden.

"Verdunning bleek geen strategie, maar een onvermijdelijk resultaat."

Stadsfilosofie.nl

Woningsplitsing als correctie

Woningsplitsing is in dit licht geen achteruitgang. Het is een logische correctie op decennia van ruimteverspilling. Door bestaande woningen slim op te delen:

  • Krijgen starters toegang tot betaalbare woonruimte
  • Kunnen senioren kleiner wonen zonder te verhuizen
  • Wordt de bestaande voorraad beter benut
  • Hoeven we minder te bouwen in schaarse open ruimte

Met 35-50 m² per persoon woon je nog steeds ruimer dan je ouders deden. Maar je geeft ook anderen de kans om te wonen.

De toekomst

Het aantal eenpersoonshuishoudens blijft groeien. De woningvoorraad groeit niet mee. Tenzij we slimmer omgaan met wat we al hebben.

Woningsplitsing is geen stap terug naar de 15 m² van 1950. Het is een stap vooruit naar een woningmarkt die weer werkt voor iedereen.

Benieuwd of jouw woning geschikt is voor splitsing? Doe de gratis quickscan.

Dit artikel is gebaseerd op informatie van Stadsfilosofie.nl .

Gerelateerde artikelen