Ook 100.000 woningen per jaar maken de woningnood niet snel weg
100.000 woningen per jaar bouwen is een heldere ambitie. Maar een ambitie is nog geen oplossing voor de woningnood.
In 2025 kwamen er volgens het CBS bijna 80.000 woningen bij. In de eerste helft van 2026 werden ruim 30.000 nieuwbouwwoningen opgeleverd. Daarmee blijft de praktijk voorlopig achter bij het doel.
Een hoog bouwtempo is niet genoeg
Wijnand Groenen van Meerdervoort stelt dat zelfs 100.000 woningen per jaar de woningnood niet snel laat verdwijnen. Dat is zijn analyse, geen officiële prognose. Zijn onderliggende punt is wel relevant: de woningvraag groeit mee door bevolkingsgroei en meer eenpersoonshuishoudens.
Als de woningvoorraad jaarlijks minder snel groeit dan de behoefte, blijft het tekort bestaan. Zelfs als de productie aantrekt, duurt het jaren voordat een bestaand tekort merkbaar afneemt.
Nieuwbouw is noodzakelijk, maar kwetsbaar
Het kabinet wil met het Actieplan Versnelling Woningbouw procedures verkorten en meer woningbouwlocaties mogelijk maken. Dat kan helpen. Tegelijk blijven bouwkosten, financiering, netcongestie, stikstof en uitvoerbaarheid factoren die projecten kunnen vertragen.
Daarmee blijft nieuwbouw onmisbaar, maar ook afhankelijk van veel voorwaarden die tegelijk op orde moeten zijn.
Waarom de bestaande voorraad mee moet doen
Juist omdat nieuwbouw tijd kost, is het verstandig om ook te kijken naar de woningen en gebouwen die er al zijn. Woningsplitsing, woningdelen, optoppen en transformatie kunnen geen complete nieuwbouwopgave vervangen. Ze kunnen wel extra woonruimte toevoegen zonder te wachten op een nieuw woongebied.
De woningnood vraagt dus niet om één route, maar om meerdere sporen tegelijk. Hogere nieuwbouwproductie blijft nodig. Beter benutten van de bestaande voorraad kan helpen om de tijd tot die woningen er staan beter te overbruggen.
Dit artikel is gebaseerd op informatie van VastgoedInsider en CBS .