Woningbouwplannen te zacht om ambities te halen: kans voor woningsplitsing

Bronnen: Binnenlands Bestuur, ABF Research

De nieuwste woningbouwmonitor van ABF Research laat zien dat de Nederlandse woningbouwambities op wankele grond staan. Er staan weliswaar ruim 930.000 woningen op de bouwagenda tot en met 2030, maar 54 procent daarvan is gebaseerd op zachte plannen: er is nog geen bestemmings- of omgevingsplan vastgesteld.

De cijfers

Om het woningtekort terug te dringen naar een acceptabel niveau van 2 procent moeten er tot eind 2030 ruim 702.000 woningen bijkomen. Dat betekent niet 100.000 maar 117.000 nieuwbouwwoningen per jaar. De realiteit? In 2024 werden 82.400 woningen opgeleverd, 32.200 minder dan gepland. In 2025 kwamen er volgens het CBS bijna 80.000 bij, opnieuw onder de ambitie.

Planningsoptimisme

ABF Research constateert aanhoudend planningsoptimisme: er staan consequent meer woningen op de planning dan er uiteindelijk gebouwd worden. Voor de korte termijn (2025-2027) staan 412.000 woningen gepland, maar het aandeel zachte plannen loopt op van 9% in 2025 naar 46% in 2027.

Meer bouwplannen maken heeft weinig zin. Kansrijker is het versneld hard maken van zachte plannen, aldus de onderzoekers.

Wat betekent dit voor woningsplitsing?

De aanhoudende kloof tussen woningbouwambities en realisatie versterkt de urgentie om de bestaande woningvoorraad beter te benutten. Woningsplitsing kan op kortere termijn extra wooneenheden opleveren dan nieuwbouw, omdat het niet afhankelijk is van het traag hard maken van bestemmingsplannen.

Waar nieuwbouw vastloopt op procedures, netcongestie en planningsoptimisme, biedt splitsen een pragmatisch alternatief. Niet als vervanging van nieuwbouw, maar als aanvulling om de druk op de woningmarkt sneller te verlichten.

Dit artikel is gebaseerd op informatie van Binnenlands Bestuur en ABF Research .

Gerelateerde artikelen