Kabinet wil dat gemeenten optoppen, splitsen en woningdelen actiever stimuleren
Het kabinet wil dat gemeenten het optoppen, splitsen en delen van woningen actiever gaan stimuleren. Minister Elanor Boekholt-O'Sullivan van Volkshuisvesting schrijft aan de Tweede Kamer dat initiatiefnemers nog te vaak vastlopen op onduidelijke regels, belemmerende lokale kaders en complexe vergunningstrajecten.
Daarmee wordt opnieuw bevestigd dat de bestaande woningvoorraad een grotere rol moet spelen in het oplossen van de woningnood.
Niet alleen nieuwbouw, maar ook beter benutten
Volgens de minister kunnen optoppen, woningsplitsing en woningdelen relatief snel extra woonruimte opleveren. Veel gemeenten zijn daar al mee bezig, maar de uitvoering verschilt sterk en loopt in de praktijk vaak vast op lokale regels.
Juist dat wil het kabinet aanpakken. Gemeenten moeten deze vormen van verdichting niet alleen gedogen of incidenteel toestaan, maar actiever stimuleren.
Waar lopen initiatiefnemers nu op vast?
De minister noemt onder meer onduidelijke voorwaarden, belemmerende regels en ingewikkelde vergunningstrajecten. Bij optoppen gaat het bijvoorbeeld vaak over bouwhoogte en welstandsregels. Bij woningdelen en woningsplitsing spelen daarnaast beperkingen rond gebruik, leefbaarheid en lokale interpretatie van beleid.
Ook komt het voor dat gemeenten nog uitgaan van het klassieke uitgangspunt dat er maar één huishouden in een woning mag wonen. Daardoor blijven woningdelen en vergelijkbare oplossingen lastig, zelfs als er maatschappelijk veel behoefte aan is.
Mogelijk landelijke instructie
Hoe het kabinet de belemmeringen precies wil wegnemen, is nog niet uitgewerkt. De minister wil hierover in gesprek met de VNG. Daarbij denkt zij aan een instructieregel, waarmee het Rijk aangeeft hoe gemeenten of provincies hun taak moeten uitvoeren.
Dat is relevant, omdat het zou betekenen dat het kabinet niet alleen oproept tot versoepeling, maar mogelijk ook concreter gaat sturen op de manier waarop lokale overheden ruimte geven aan deze woonvormen.
Waarom dit een belangrijk signaal is
Voor huizensplitsers is dit een sterk signaal. Het debat verschuift hiermee verder van de vraag óf bestaande woningen beter benut moeten worden, naar de vraag hoe lokale belemmeringen sneller kunnen verdwijnen. Daarmee komen woningsplitsing, woningdelen en optoppen nadrukkelijker in beeld als serieuze instrumenten binnen het nationale woonbeleid.
De precieze uitwerking moet nog volgen. Maar de richting is duidelijk: gemeenten worden vanuit Den Haag steeds meer aangespoord om deze vormen van woningtoevoeging niet te vertragen, maar juist mogelijk te maken.
Dit artikel is gebaseerd op informatie van Binnenlands Bestuur .